Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 11 december 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft het verweerschrift ingediend op 8 oktober 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 16 april 2024.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op om alsnog binnen een nieuwe beslistermijn van veertig weken na het verweerschrift, dus uiterlijk 15 juli 2025, een besluit te nemen. Deze termijn is vastgesteld op basis van eerdere uitspraken en de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder is reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend volgens de Awb. Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 437,50 en het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres.