Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 26 oktober 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden. Eiseres stelde verweerder op 27 april 2024 schriftelijk in gebreke, waarna zij op 14 augustus 2024 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Omdat de wettelijke beslistermijn te kort is om een besluit te nemen, heeft de rechtbank in een eerdere uitspraak van 25 oktober 2024 bepaald dat een termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift realistisch is. Het verweerschrift dateert van 26 augustus 2024, waardoor de uiterste beslisdatum op 2 juni 2025 ligt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€437,50) en het betaalde griffierecht (€51). De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 19 december 2024.