Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 20 februari 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 15 april 2024 in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 16 juli 2024 beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Gelet op eerdere rechtspraak geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging, gevolgd door twee weken voor het nemen van het besluit na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn. Omdat de wettelijke beslistermijn te kort is, wordt deze aangepaste termijn gehanteerd.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor het niet naleven van deze termijnen. Verweerder is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€437,50) en het betaalde griffierecht (€51). De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder op 2 december 2024.