Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 10 augustus 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 25 april 2024 reeds geoordeeld dat verweerder binnen zes weken een besluit moest nemen. Deze termijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit nam.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep daarom gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Deze termijn is vastgesteld als realistisch gezien de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures en eerdere jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50 per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 437,50) en het betaalde griffierecht (€ 51).