Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar van 13 februari 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 18 maart 2024 al vastgesteld dat verweerder niet tijdig had beslist en een termijn gesteld tot 22 mei 2024 om alsnog een besluit te nemen.
Deze termijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Deze termijn is gebaseerd op eerdere rechtspraak waarin een realistische termijn is vastgesteld gezien de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres (€ 437,50) en het griffierecht (€ 51,-). Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier A. Wilpstra-Foppen op 19 december 2024.