ECLI:NL:RBMNE:2024:7213

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 december 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
UTR 24/5846
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift tegen UWV-besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 20 juni 2024. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 4 september 2024, wat ruim na de wettelijke termijn van zes weken viel die eindigde op 1 augustus 2024.

Eiseres gaf aan dat gezondheidsklachten haar verhinderden om tijdig te reageren en dat haar zoon haar hielp met het beheer van haar post. De brief met het besluit van het UWV was door haar zoon opgeborgen en daardoor uit het zicht geraakt. De rechtbank erkent de situatie van eiseres, maar oordeelt dat de nalatigheid van haar zoon voor rekening en risico van eiseres komt en geen geldige reden vormt voor de overschrijding van de termijn.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen gelijk en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5846

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2024 in de zaak tussen

[eiseres], [woonplaats], eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder,
(gemachtigde: S.N. Westmaas-Kanhai).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 20 juni 2024.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 20 juni 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 1 augustus 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 4 september 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. Eiseres zegt dat zij vanwege gezondheidsklachten niet op tijd kon reageren. Om die reden helpt haar zoon bij het beheer van haar post. Hij heeft de besluit van het Uwv alleen opgeborgen, waardoor de brief uit zicht was. De rechtbank begrijpt dat eiseres zelf niet goed zorg kan dragen voor haar post. Het is in die situatie ook goed dat zij iemand anders heeft gevraagd vragen om haar daarmee te helpen. Het levert alleen geen geldige reden op voor het te laat indienen van haar beroepschrift. De nalatigheid van haar zoon komt namelijk voor rekening en risico van eiseres.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
6. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.