ECLI:NL:RBMNE:2024:7248
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per 1 januari 2021, vastgesteld op €431.000,- door verweerder. Zij vordert een lagere waarde, primair €387.000,- en subsidiair €417.000,-, onderbouwd met een taxatierapport. Verweerder handhaaft de waarde en overlegt een taxatiematrix met drie referentiewoningen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar en de waardebepaling is voldoende onderbouwd. Eiseres' argumenten, waaronder het ontbreken van iWOZ-gegevens, leiden niet tot een ander oordeel. Het verzoek om inzage in zes referentiewoningen wordt afgewezen omdat deze niet ten grondslag liggen aan de waardering.
De procedure heeft echter langer dan de redelijke termijn geduurd: drie jaar en vijf maanden tussen bezwaar en uitspraak. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van €150,-, waarvan €115,- voor rekening van verweerder en €35,- voor de Staat. Tevens worden proceskosten en griffierecht deels aan eiseres vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.