ECLI:NL:RBMNE:2024:7249
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een plaats, vastgesteld op €290.000 per 1 januari 2020. Verweerder handhaafde deze waarde na een ongegrond verklaard bezwaar. De rechtbank heeft de zaak behandeld in digitale en fysieke zittingen waarbij ook een taxateur van verweerder aanwezig was.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met een taxatiematrix en toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar en de verschillen zijn voldoende gecompenseerd. Diverse beroepsgronden van eiser, waaronder over de gebruiksoppervlakte en gedateerde voorzieningen, worden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank constateert dat de bezwaar- en beroepsprocedure samen meer dan drie jaar duurden, ruim boven de redelijke termijn van twee jaar. Daarom kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van €150, te verdelen tussen verweerder en de Staat. Tevens worden proceskosten en griffierecht deels aan eiser vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder en de Staat worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar verweerder en de Staat worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten wegens termijnoverschrijding.