ECLI:NL:RBMNE:2024:7253
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen WOZ-waarde woning en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, welke door verweerder was vastgesteld op €402.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Na bezwaar en bestreden uitspraak handhaafde verweerder deze waarde. De rechtbank heeft de zaak behandeld en beoordeeld dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de correcties voor verschillen in luxe, kwaliteit en onderhoud in de taxatiematrix, en dat woonoppervlakten niet overeenstemmen met iWOZ-gegevens. Tevens heeft verweerder niet gereageerd op aanvullende beroepsgronden en is niet ter zitting verschenen, waardoor het bewijs onvoldoende is. Eiser heeft zijn lagere waarde van €348.372 niet aannemelijk gemaakt met een taxatierapport.
De rechtbank stelt daarom de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €385.000. Daarnaast is vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan de redelijke termijn heeft geduurd, namelijk 2 jaar en 8 maanden, wat leidt tot een schadevergoeding van €1.000. Deze wordt verdeeld over verweerder en de Staat, respectievelijk €125 en €875. Verder worden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak vervangt de bestreden uitspraak op bezwaar en leidt tot vermindering van de aanslag onroerendezaakbelasting.
De rechtbank wijst erop dat hoger beroep mogelijk is binnen zes weken na verzending van de uitspraak en geeft informatie over de procedure en voorlopige voorzieningen. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier M.C.G. van Dijk op 19 november 2024.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €385.000 en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.000 wegens termijnoverschrijding.