ECLI:NL:RBMNE:2024:7256
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, welke is vastgesteld op €649.000,- met een waardepeildatum van 1 januari 2021. Eiser stelt een lagere waarde van €595.000,- voor, gebaseerd op de aankoopprijs van €700.007,- op 26 juli 2021 en een eigen indexeringsonderzoek. Verweerder handhaaft de waarde en onderbouwt dit met een taxatiematrix en een indexeringspercentage van 5,5%, gebaseerd op een stijging van 9,4% per jaar voor hoekwoningen.
De rechtbank overweegt dat de aankoopprijs in beginsel de beste indicatie is voor de WOZ-waarde, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet representatief is. De rechtbank volgt verweerder in de gehanteerde indexeringsmethode en acht deze voldoende aannemelijk, mede omdat de geïndexeerde waarde hoger is dan de vastgestelde WOZ-waarde. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De bezwaar- en beroepsfase hebben samen 2 jaar en 8 maanden geduurd, wat 8 maanden te lang is. De rechtbank kent een schadevergoeding toe van €1000,-, waarvan €625,- voor rekening van verweerder en €375,- voor de Staat. Tevens wordt een proceskostenvergoeding van €218,75 toegekend, verdeeld over verweerder en de Staat.
De rechtbank wijst het beroep af, veroordeelt verweerder en de Staat tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten en wijst de procedurekostenvergoeding toe. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka op 19 november 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegekend.