ECLI:NL:RBMNE:2024:7361
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Loonvordering toegewezen ondanks ontbreken schriftelijke arbeidsovereenkomst en geen ontslag op staande voet
De eiser trad op 10 juli 2023 in dienst voor zes maanden bij de gedaagde BV in een overeengekomen functie met een uurloon van €12,55 bruto. De gedaagde betaalde het loon over de periode 1 augustus tot en met 19 september 2023 niet, waarop eiser een loonvordering van €2.988,16 bruto instelde.
De gedaagde stelde dat de arbeidsovereenkomst niet was ondertekend en dat eiser zelf ontslag had genomen, terwijl eiser stelde dat hij op staande voet was ontslagen zonder de vereiste procedure. De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van een schriftelijke, ondertekende overeenkomst geen beletsel is voor loonbetaling als er werkzaamheden zijn verricht.
Verder kon niet worden vastgesteld dat er sprake was van ontslag op staande voet, mede omdat eiser in een brief van 26 september 2023 sprak over beëindiging per 19 september zonder verwijzing naar ontslag op staande voet. Daarom werd geen recht toegekend op schadevergoeding, transitievergoeding of billijke vergoeding.
De kantonrechter kende ook vakantiebijslag en niet-genoten vakantie-uren toe, evenals een wettelijke verhoging van 50% wegens te late betaling en wettelijke rente. Tot slot werd gedaagde veroordeeld tot het verstrekken van een bruto/netto specificatie onder dwangsom. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van het loon, vakantiebijslag, niet-genoten vakantie-uren, wettelijke verhoging en rente, en wijst de schadevergoeding wegens ontslag op staande voet af.