Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 25 mei 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft bij eerdere uitspraak van 9 februari 2024 vastgesteld dat verweerder binnen zes weken een besluit moest nemen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit en de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures, is een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak realistisch en passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter Vollebregt-Kuipers en griffier Mollerus op 18 december 2024.