Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 4 november 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij eerdere uitspraak op 24 januari 2024 verweerder opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Deze termijn is gebaseerd op de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure en eerdere jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€437,50) en het betaalde griffierecht (€51). Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling.