Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn bezwaar van 6 april 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 16 januari 2024 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen.
Verweerder heeft niet binnen de gestelde termijn beslist. De rechtbank stelt vast dat de termijn op 27 februari 2024 is verstreken en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep opnieuw gegrond en draagt verweerder op om binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen.
De rechtbank acht deze termijn realistisch gezien de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures en eerdere jurisprudentie. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €437,50 en wordt verweerder veroordeeld het betaalde griffierecht van €51 aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 16 december 2024.