Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar van 2 januari 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 4 januari 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep daarom gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen, een termijn die aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van €50 per dag moet betalen voor iedere dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst erop dat zij niet bevoegd is verweerder te dwingen tot uitbetaling van reeds verbeurde dwangsommen; eiseres zal dit civiel moeten afdwingen.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten aan eiseres van €437,50 en tot vergoeding van het griffierecht van €51. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok en uitgesproken op 29 november 2024.