Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Dienst Toeslagen op haar bezwaar van 18 april 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 1 februari 2024 het eerdere beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen.
Ondanks deze opdracht heeft verweerder niet binnen de gestelde termijn beslist. De rechtbank stelt vast dat de termijn op 14 maart 2024 is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep opnieuw gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke beslistermijn in dit bijzondere geval te kort is en dat de termijn van twintig weken aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure. Daarnaast wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €51. De uitspraak is gedaan door rechter Vollebregt - Kuipers en griffier Lienaerts op 19 december 2024.