Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- [A] , psychiater;
- [B] , mentor.
Rechtbank Midden-Nederland
De officier van justitie verzocht op 14 december 2023 om een zorgmachtiging voor betrokkene voor twaalf maanden. De rechtbank verleende aanvankelijk een machtiging tot 3 februari 2024 en later tot 3 januari 2025. Betrokkene stelde cassatie in tegen deze beslissingen. De Hoge Raad vernietigde de beschikking van 3 januari 2024 wegens het verlenen van een overbruggingsmachtiging terwijl een gebrek in de medische verklaring was vastgesteld, maar liet de beschikking van 29 januari 2024 in stand.
Na terugwijzing beoordeelt de rechtbank opnieuw het verzoek. De rechtbank concludeert dat de medische verklaring geen gebrek vertoont, ondanks dat de psychiater betrokkene niet in fysieke aanwezigheid heeft onderzocht, omdat dit redelijkerwijs niet mogelijk was. Betrokkene was ongeoorloofd afwezig en niet bereikbaar. De latere opname in de kliniek na het verzoek is niet relevant voor de beoordeling van de medische verklaring.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis die ernstig nadeel veroorzaakt, met gevaar voor de veiligheid. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De rechtbank kent diverse vormen van verplichte zorg toe, waaronder medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en toezicht. Gezien de actuele situatie wordt de machtiging beperkt tot een maand, tot 3 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor betrokkene tot en met 3 februari 2024.