ECLI:NL:RBMNE:2024:7418

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 oktober 2024
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
UTR 24/4366
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 3:18 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen door college Gedeputeerde Staten Utrecht

Eiseres, Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., heeft bij het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht een verzoek ingediend op 26 januari 2023. De bestuursrechter toetst of verweerder tijdig heeft beslist op dit verzoek. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure is van toepassing, waardoor de beslistermijn zes maanden bedraagt, met een verlenging van zeven weken, waardoor uiterlijk op 27 juli 2023 een besluit had moeten worden genomen.

Verweerder heeft niet binnen deze termijn beslist. Eiseres heeft verweerder op 27 juli 2023 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en beveelt verweerder binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €218,75 aan eiseres, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en het lichte gewicht van de zaak.

De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 29 oktober 2024 en is in het openbaar uitgesproken. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4366

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2024 in de zaak tussen

Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., te Nijmegen, eiseres,

(gemachtigde: S.R. van Uffelen),
en

het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 26 januari 2023. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb is hier van toepassing.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft haar verzoek ingediend op 26 januari 2023, ontvangen door verweerder op 27 januari 2023. De uitgebreide voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de wijzigingsprocedure. Op grond van artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de beslistermijn daarom zes maanden na indiening van de aanvraag. Bij brief van 20 april 2023 heeft verweerder meegedeeld de beslistermijn te verlengen met zeven weken. Verweerder had dus uiterlijk op 27 juli 2023 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen verweerder moet beslissen voorbij is. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 27 juli 2023, ontvangen door verweerder op 31 juli 2023 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken voorbij zijn gegaan.
4. Het beroep is kennelijk gegrond. (artikel 8:54 van Pro de Awb).
5. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen zes weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, Awb).
6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
8. Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. . De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,25, omdat deze zaak van zeer licht gewicht is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in dit geval sprake is van een beroep vanwege het niet tijdig beslissen, waarbij het – al dan niet in geld uit te drukken – belang zeer beperkt is en de aard van de zaak zeer eenvoudig is. Dat geeft aanleiding om ten aanzien van het in onderdeel C1 van de bijlage bij het Bpb opgenomen gewicht van de zaak twee categorieën lager te hanteren dan ‘gemiddeld’. De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 4 september 2023 [1] . Toegekend wordt € 218,75.
9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 218,75.aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.