ECLI:NL:RBMNE:2024:7426

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
11232183 \ AC EXPL 24-1800
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verstekvonnis en terugbetaling onverschuldigde betaling na verzet

In 2014 werd [opposant] bij verstek veroordeeld tot betaling van facturen voor energielevering aan een adres waar hij nooit een overeenkomst had. In 2024 werd een derdenbeslag gelegd ter inning van deze vordering, waarbij [opposant] niet bekend was met de vordering of het adres.

Na verzet tegen het verstekvonnis hebben de schuldeisers aangegeven de vorderingen niet langer te handhaven. Hierdoor is een inhoudelijke beoordeling achterwege gebleven en is het verstekvonnis vernietigd.

Daarnaast is vastgesteld dat [opposant] onverschuldigd heeft betaald aan een schuldeiser via derdenbeslag. Deze schuldeiser is veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.

De schuldeisers zijn veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [opposant]. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de schuldeiser wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde betaling met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11275660 \ UC EXPL 24-5770 RvdH/1037
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
[opposant],
te [plaats 1] ,
opposant,
hierna te noemen: [opposant] ,
gemachtigde: mr. H.J. Menger,
tegen

1.[geopposeerde 1] N.V.,

te [vestigingsplaats 1] ,
2.
[geopposeerde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,
3.
[geopposeerde 3] N.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
geopposeerden,
hierna samen te noemen: [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] ,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 30 april 2014 met zaaknummer 2946913 UC EXPL 14-5411 (hierna: het verstekvonnis),
- de verzetdagvaarding met producties,
- de conclusie van antwoord in oppositie (aan te merken als conclusie van repliek).
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2.Waar gaat deze zaak over?

2.1.
In 2014 vorderde [bedrijf] (inmiddels [geopposeerde 1 en 3] ) betaling van een aantal facturen voor de levering van energie op het perceel [adres] in [plaats 2] . [opposant] is toen niet in de procedure verschenen. Hij is bij verstek veroordeeld tot betaling van de facturen, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke (handels)rente.
2.2.
Op 30 juli 2024 is een derdenbeslag bij [opposant] betekend ter inning van de vordering uit het verstekvonnis. [geopposeerde 2] treedt daarbij op als schuldeiser. Deze partij is voor [opposant] onbekend. [opposant] was evenmin bekend met het verstekvonnis. Hij is ook niet bekend met het adres [adres] in [plaats 2] . [opposant] heeft toegelicht dat hij destijds op een ander adres woonde en nooit een overeenkomst met [bedrijf] heeft gehad. [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] hebben hierop laten weten dat zij hun vordering niet meer handhaven.

3.De beoordeling

3.1.
Omdat [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] hun vorderingen niet langer handhaven, is een inhoudelijke beoordeling niet nodig. De kantonrechter zal het verstekvonnis vernietigen.
3.2.
Door het derdenbeslag is er een deel van de vordering geïncasseerd door [geopposeerde 2] , terwijl [opposant] geen betaling aan deze partij verschuldigd was. [geopposeerde 2] wordt daarom veroordeeld tot (terug)betaling van het door [opposant] onverschuldigd betaalde, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag met ingang van de datum van de verzetdagvaarding, 9 augustus 2024, tot de voldoening.
3.3.
In de correspondentie is te lezen dat de gemachtigde van [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] toezegt het door derdenbeslag ingehouden geld terug te betalen aan de werkgever. Bij de bepaling van de omvang van de vordering waartoe [geopposeerde 2] onder 4.1 wordt veroordeeld tot betaling aan [opposant] , moet rekening worden gehouden met wat [geopposeerde 2] al heeft terugbetaald, ook als zij dat via de werkgever heeft gedaan vanwege het loonbeslag.
3.4.
[geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opposant] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
123,00
De definitieve toevoeging is niet verstrekt. Dat is voor de proceskostenveroordeling in het geval van verzet minder relevant. De kosten van de verzetdagvaarding blijven namelijk (ook) op grond van artikel 141 Rv Pro voor rekening van [opposant] .

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
vernietigt het verstekvonnis van 30 april 2014 met zaaknummer 2946913 UC EXPL 14-5411,
4.2.
veroordeelt [geopposeerde 2] tot betaling aan [opposant] van het door [opposant] aan [geopposeerde 2] onverschuldigd (door derdenbeslag) betaalde bedrag voor zover die onverschuldigde betaling verband houdt met de vordering waar deze procedure op ziet, te vermeerderen met de wettelijke rente over het per datum dagvaarding nog verschuldigde bedrag met ingang van 9 augustus 2024 tot de voldoening,
4.3.
veroordeelt [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] in de proceskosten van € 123,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [geopposeerde 1 en 3] en [geopposeerde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.