Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
Inleiding
Feiten
Het geschil
Beoordeling door de rechtbank
- [adres 2] in [plaats 2] (referentie 1);
De beoordeling van de zaak
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn penthouse in Utrecht, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld en niet meer dan 17% mag stijgen ten opzichte van het voorgaande jaar. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op €1.735.000 op basis van een taxatiematrix met drie vergelijkbare referentiewoningen.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw moet worden bepaald op basis van verkoopcijfers van vergelijkbare woningen rond de waardepeildatum, zonder dat de waarde van voorgaande jaren een zelfstandige betekenis heeft. De taxatiematrix is voldoende onderbouwd en de referentiewoningen zijn vergelijkbaar qua bouwjaar, ligging en luxe uitstraling.
De door eiser aangevoerde gronden, waaronder de vermeende te grote waardestijging, verminderde privacy door een nabijgelegen horecabedrijf en onderhoudsproblemen in de berging, slagen niet. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar hiermee voldoende rekening heeft gehouden in de waardebepaling.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 19 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €1.735.000 wordt ongegrond verklaard.