Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- dat met ingang van de datum waarop dat besluit zag wordt teruggekomen van het eerdere besluit (artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), herhaalde aanvraag);
- een beroep te doen op een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (Amber-melding); of
- om herziening te verzoeken voor de toekomst (duuraanspraak).
als gevolg vande verstandelijke beperking van eiseres, en dus als gevolg van ziekte of gebrek, ernstiger zijn dan destijds door de verzekeringsartsen is ingeschat. Evenmin kan uit de stukken worden afgeleid dat de ernst van eiseres’ verstandelijke beperking is onderschat. In de ingediende (medische) stukken wordt onveranderd gesproken over een ‘licht’ verstandelijke beperking. Er is dus geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank ziet geen aanleiding tot twijfel aan de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperkingen wat betreft persoonlijk en sociaal functioneren in de FML van 9 mei 2014, de klachten ondervangen.