Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Het bezwaarschrift werd op 16 juni 2023 ontvangen, waarna eiseres de verweerder op 8 maart 2024 schriftelijk in gebreke stelde. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn en een ingebrekestelling diende eiseres op 7 augustus 2024 haar beroep in.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen een realistische termijn een besluit te nemen, waarbij de rechtbank een termijn van veertig weken na ontvangst van het verweerschrift als passend acht, wat neerkomt op uiterlijk 8 juni 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €437,50 en het betaalde griffierecht van €51 aan eiseres.