Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar van 26 juni 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 5 maart 2024 reeds geoordeeld dat verweerder binnen zes weken een besluit moest nemen. Deze termijn is echter verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep daarom gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen, een termijn die aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure en eerdere jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€437,50) en het griffierecht (€51). Beide partijen hebben afgezien van een zitting, waarna het onderzoek is gesloten.