Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 10 oktober 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 8 januari 2024 het eerdere beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen.
Verweerder heeft echter niet binnen deze termijn beslist. De rechtbank constateert dat de gestelde termijn op 20 april 2024 is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep opnieuw gegrond en draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen.
Gezien de complexiteit en de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures stelt de rechtbank een realistische beslistermijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Verweerder moet het betaalde griffierecht van €51 aan eiseres vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegewezen.