ECLI:NL:RBMNE:2024:7594
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslaglegging op WAO-uitkering door UWV in bestuursrechtelijke procedure
Eiser ontvangt een WAO-uitkering en er is op 31 mei 2024 beslag gelegd door een deurwaarder namens een schuldeiser. Het UWV heeft dit beslag aan eiser meegedeeld en conform de beslagvrije voet gehandeld, waarbij het vakantiegeld deels werd gereserveerd. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de schuld reeds was voldaan, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank overweegt dat het UWV verplicht is medewerking te verlenen aan het beslag en niet bevoegd is de geldigheid van het beslag te toetsen. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat het UWV buiten het kader van het beslag is getreden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen gelijk krijgt, geen griffierecht terugontvangt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV tot medewerking aan het beslag wordt ongegrond verklaard.