Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat deze procedure over?
4.De beslissing
woensdag 8 januari 2025 om 11.00 uurvoor het nemen van een akte door de eisende partij zoals bepaald in overweging 3.6. en 3.7.;
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van CAPACCS INVEST II B.V. tegen een consument die goederen heeft gekocht via een webwinkel met betaling achteraf via kredietverstrekker in3, maar niet heeft betaald. De vordering omvat de koopprijs, rente en buitengerechtelijke incassokosten, verminderd met reeds betaalde bedragen.
De kantonrechter oordeelt dat de gekozen betalingswijze een kredietovereenkomst betreft waarop consumentenbeschermende bepalingen van titel 2A boek 7 BW van toepassing zijn, tenzij sprake is van een uitzondering zoals in artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW. Dit laatste betreft krediet met terugbetaling binnen drie maanden en onbetekenende kosten.
Het Hof van Justitie van de EU heeft op 17 oktober 2024 geoordeeld dat dergelijke kredietovereenkomsten in principe onder deze uitzondering vallen, tenzij de kosten deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, bijvoorbeeld als deze anticipeert op wanbetaling.
De kantonrechter wijst erop dat niet is uitgesloten dat de rente en incassokosten deel uitmaken van het verdienmodel en geeft de eisende partij de gelegenheid om dit onderbouwd met bewijsstukken aan te tonen. Indien dit het geval is, zal ambtshalve toetsing van informatieplichten en kredietwaardigheidstoets volgen. De zaak wordt aangehouden tot nadere beslissing.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden om de eisende partij gelegenheid te geven bewijs te leveren over het verdienmodel van de kredietverstrekker.