Een bewindvoerder verzocht om een forfaitaire verhuisbeloning van €366,- toe te kennen voor werkzaamheden in verband met de verhuizing van een onderbewindgestelde. De bewindvoerder stelde dat deze vergoeding standaard wordt toegekend bij verhuizingen en verwees naar jurisprudentie en landelijke praktijk.
De kantonrechter overwoog dat de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren een forfaitair karakter heeft en dat extra beloning slechts in uitzonderlijke situaties kan worden toegekend. De administratieve werkzaamheden die bij een verhuizing horen, vallen onder de standaardtaken van een bewindvoerder en zijn daarmee niet extra beloningswaardig.
De rechtbank stelde vast dat de verhuizing niet gepaard ging met uitzonderlijke omstandigheden die een extra vergoeding rechtvaardigen. Ook bleek uit het verzoek niet dat de onderbewindgestelde niet in staat was de verhuizing zelf te regelen en dat er geen mentor was die deze taak op zich kon nemen. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na de uitspraak.