Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
in redelijkheid geen sprake kan zijn van ontoelaatbare overlast, is gebaseerd op de door [horeca gelegenheid 1] zelf gestelde voorwaarden aan het terras. De rechtbank kan in dit besluit terug lezen dat deze conclusie inderdaad is gebaseerd op deze voorwaarden. Dit geldt ook voor de door eiser naar voren gebrachte conclusie over de geobjectiveerde overlast, zoals dat is terug te lezen in de motivering van de beslissing op bezwaar van 10 september 2021 (document 26 bij de beslissing op bezwaar). Ook in deze motivering is terug te vinden waar die conclusie op is gebaseerd. Niet blijkt van andere documenten die voor deze beoordeling van belang zijn geweest. Eiser heeft hiermee ook niet aannemelijk gemaakt dat er een beoordelings- of toetsingsformulier bij het college aanwezig moet zijn.
de blijk van zorg in de buurt van de ondernemersgenoemd in het advies van de wethouder (document 38 bij het aanvullend besluit) heeft het college verwezen naar de omschrijving verderop in hetzelfde document. Wat eiser hiertegen in brengt, zijn inhoudelijke argumenten die betrekking hebben op de uitleg die het college had moeten geven aan ‘zorg in de buurt’ en aspecten die het college had moeten meewegen. Dit biedt evenwel geen basis voor de stelling dat er documenten ontbreken. Ook over de afstemming van dat advies met de wethouder heeft het college bij zijn zoekslag niet meer documenten aangetroffen, die openbaar zijn gemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze mededeling van het college te twijfelen.
de toezeggingendie door de gemeente zijn gedaan heeft het college in de brief van 28 november 2024 duidelijk en gemotiveerd uiteengezet dat het hier gaat om toezeggingen die verband houden met de vrees van de omwonenden voor een permanente terras en dat deze vrees onterecht is. Ook heeft het college uitgelegd in welke openbaar gemaakte documenten deze toezeggingen zijn terug te lezen. Daarbij heeft het college het niet alleen over toezeggingen van de aanvragers maar ook die van de gemeente. Ook hierover heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat er meer documenten moeten zijn.
checklisten en beslissingen op indicatieaanvragenbij het college aanwezig moeten zijn nu die in andere zaken wel openbaar zijn opgemaakt, volgt de rechtbank niet. Het college heeft toegelicht dat het niet gebruikelijk is dat in elke zaak een checklist wordt gebruikt. De openbaar gemaakte checklist (document 5 van deelbesluit 1) was speciaal in leven is geroepen voor aanvragen voor een gedoogterras in coronatijd, waar behandeld ambtenaren verschillen mee omgingen. Er is verder geen indicatieaanvraag gedaan en daarom zijn er ook geen beslissingen op indicatieaanvragen onder de documenten te vinden. Het college heeft hiermee het ontbreken van andere checklists en beslissingen voldoende toegelicht. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze toelichting niet klopt en dat er wel meer documenten bij het college berusten.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt dat bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het aanvullende besluit ongegrond;
- draagt het college op om het griffierecht aan eiser te vergoeden;
- kent aan eiser een schadevergoeding toe van € 1.500,-;
- veroordeelt het college tot betaling aan eiser van € 917,-- aan immateriële schade;
- veroordeelt de Staat (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot betaling aan eiser van € 583,-- voor immateriële schade.