ECLI:NL:RVS:2021:2348
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D.A.C. Slump
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gefaseerde werkwijze minister bij Wob-verzoeken NOS en NTR over Covid-19
De NOS en de NTR dienden in mei 2020 drie Wob-verzoeken in bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over Covid-19-gerelateerde documenten. De minister ontving circa 241 Wob-verzoeken met bijna 1,8 miljoen documenten, waardoor hij een gefaseerde werkwijze ontwikkelde om de verzoeken te behandelen via deelbesluiten per onderwerp en maand.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelde in juni 2021 dat de minister niet tijdig had beslist en legde een termijn van twee maanden op met een hoge dwangsom bij overschrijding. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, betwistte de termijn en de dwangsom en verdedigde zijn gefaseerde aanpak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de gefaseerde werkwijze toegestaan is binnen de Wob, maar dat de rechtbank een onrealistisch korte termijn heeft gesteld. De Afdeling stelt een nieuwe uiterste beslistermijn van 30 november 2021 vast en verlaagt de dwangsom naar €100 per dag met een maximum van €15.000 per verzoek. Tevens verwijst zij de beroepen tegen de deelbesluiten naar de minister voor behandeling als bezwaar.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en tijdige besluitvorming, zeker gezien het recht van journalisten om overheidsinformatie te ontvangen, en erkent de uitzonderlijke omstandigheden door de omvang van de verzoeken en de coronapandemie.
Uitkomst: De minister moet uiterlijk 30 november 2021 volledig besluiten op de Wob-verzoeken van de NOS en NTR, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.