Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 3 april 2024. Het beroep is gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen een nieuwe termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift, te weten uiterlijk 29 oktober 2025, een besluit te nemen.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke beslistermijn in deze complexe zaken niet realistisch is en verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van veertig weken is vastgesteld, aansluitend bij de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van €51. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier M.A.W.M. Engels op 21 februari 2025.