Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 29 november 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Verweerder heeft het verweerschrift op 16 januari 2025 ingediend. Partijen hebben afgezien van een zitting.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 11 december 2024. Het beroep is derhalve gegrond en verweerder wordt opgedragen binnen twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 10 april 2025, alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over beslistermijnen en stelt een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- in bij overschrijding. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter Moed in aanwezigheid van rechter Pruntel en is op 17 februari 2025 uitgesproken. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.