Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin een termijn werd gesteld voor het nemen van een besluit. De rechtbank constateert dat deze termijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog binnen een realistische termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag vastgesteld voor iedere dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Eiseres krijgt een vergoeding van €453,50 voor proceskosten en het betaalde griffierecht van €53,- wordt aan haar vergoed. De rechtbank benadrukt dat zij niet kan afdwingen dat de dwangsom wordt uitbetaald; dit moet eiseres via de civiele rechter afdwingen indien nodig.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier A. Wilpstra-Foppen op 21 februari 2025. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht om gehoord te worden. De uitspraak is openbaar en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.