Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 6 oktober 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder is op 27 september 2024 in gebreke gesteld en heeft het verweerschrift op 2 januari 2025 ingediend. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen een realistische termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift, wat neerkomt op uiterlijk 9 oktober 2025. Voor iedere dag overschrijding van deze termijn geldt een dwangsom van € 50,- met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 51,-. Partijen hebben afgezien van een zitting, waarna het onderzoek werd gesloten en de uitspraak in het openbaar is gedaan op 27 februari 2025.