Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 3 april 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder is op 11 november 2024 in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingediend op 5 december 2024.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit van de zaak is een verlenging van de beslistermijn gerechtvaardigd. De rechtbank bepaalt een nieuwe termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift van 8 januari 2025, wat neerkomt op uiterlijk 15 oktober 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50 per dag op voor elke dag overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 51).