In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens gebreken aan een woningverbouwing uitgevoerd door gedaagde aannemer, met name problemen aan de houten draagbalk boven de glazen schuifpui en de gietvloer in keuken en veranda. Eiser eist €22.463,37 aan schadevergoeding, terwijl gedaagde een tegenvordering heeft ingesteld voor betaling van openstaande rekeningen.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade aan de gietvloer in de keuken, omdat hij zelf de ondervloer heeft aangebracht die niet voldeed, wat leidde tot scheurvorming. De gevorderde schadevergoeding voor andere gebreken, zoals de draagbalk en de gietvloer in de veranda, wordt afgewezen. Tevens wordt vastgesteld dat de algemene voorwaarden van de leverancier van de gietvloer niet van toepassing zijn en dat een onredelijk bezwarend beding in de algemene voorwaarden van gedaagde de aansprakelijkheidsuitsluiting niet rechtvaardigt.
Daarnaast moet eiser het grootste deel van de openstaande factuur van €12.889,03 betalen, met wettelijke rente over een deel daarvan. De rechtbank wijst de vordering van gedaagde tot incassokosten af wegens onvoldoende stelplicht. De proceskosten worden verdeeld, waarbij eiser deze moet betalen in conventie en reconventie. Het vonnis is grotendeels uitvoerbaar bij voorraad.