Eiser ontving op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Toeslagenwet een uitkering en toeslag. In 2019 vonden belangrijke wijzigingen plaats in zijn persoonlijke situatie, waaronder het inkomen van zijn partner, ontbinding van het huwelijk en het vertrek van de ex-partner uit de woning. Eiser meldde deze wijzigingen niet aan het UWV.
Het UWV herzag de uitkering met terugwerkende kracht, beëindigde deze en legde een terugvordering en boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiser maakte bezwaar, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de schending van de inlichtingenplicht vaststaat. Eiser voerde aan dat bijzondere omstandigheden (emotionele en medische problemen, zorg voor zoon) dringende redenen vormden om terugvordering en boete te vermijden. De rechtbank acht deze omstandigheden onvoldoende om het UWV tot afzien te dwingen. Ook de financiële gevolgen en stress rechtvaardigen geen uitzondering, mede omdat een betalingsregeling is getroffen.
De boete werd door het UWV gematigd vanwege de financiële situatie van eiser. De rechtbank vindt geen aanleiding om deze beslissing te herzien. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de besluiten blijven in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.