Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar van 24 mei 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 29 mei 2024 het eerdere beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen uiterlijk 29 juli 2024 een besluit te nemen. Deze termijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep daarom opnieuw gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op eerdere uitspraken en sluit aan bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50 per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53). Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 20 maart 2025.