Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn bezwaar van 13 november 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij eerdere uitspraak van 21 juni 2024 de termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen. Deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag vastgesteld voor iedere dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiser een vergoeding van € 453,50 voor proceskosten en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. De rechtbank wijst erop dat zij geen bevoegdheid heeft om verweerder te verplichten het dossier aan eiser te verstrekken, omdat dit een feitelijke handeling betreft.
De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier M.A.W.M. Engels op 24 maart 2025 te Utrecht.