Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 4 juli 2023 tegen de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld. De rechtbank had bij uitspraak van 2 april 2024 reeds geoordeeld dat verweerder binnen zes weken een besluit moest nemen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
Verweerder heeft op 21 februari 2025 een verweerschrift ingediend, maar geen van partijen wenste gehoord te worden. De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen.
Gezien de complexiteit en de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures stelt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak vast. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €453,50 en het betaalde griffierecht van €53,-. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en uitgesproken op 25 maart 2025.