Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft op 30 juli 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten met gedaagde en een derde partij, waarbij gedaagde het telefoonnummer aan eiser zou overdragen tegen betaling van €1.000. Eiser heeft alle betalingen voldaan, maar het telefoonnummer is niet overgedragen. Gedaagde erkent de verplichting, maar wijst op het faillissement van de derde partij en de overgang van het contract naar een andere werkmaatschappij.
Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om het telefoonnummer alsnog over te dragen. Tijdens de mondelinge behandeling wijzigt eiser zijn eis zodat gedaagde moet zorgen voor de overdracht. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde via haar bestuurder voldoende zeggenschap heeft om dit te bewerkstelligen.
De vordering wordt toegewezen met een dwangsom van €1.000 per dag bij niet-naleving tot maximaal €25.000. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om binnen een week een verzoek aan KPN te doen om het telefoonnummer op naam van eiser te zetten onder verbeurte van een dwangsom.