ECLI:NL:RBMNE:2025:1316

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
11580206 UV EXPL 25-60
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming vaststellingsovereenkomst: overdracht telefoonnummer toegewezen

Eiser heeft op 30 juli 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten met gedaagde en een derde partij, waarbij gedaagde het telefoonnummer aan eiser zou overdragen tegen betaling van €1.000. Eiser heeft alle betalingen voldaan, maar het telefoonnummer is niet overgedragen. Gedaagde erkent de verplichting, maar wijst op het faillissement van de derde partij en de overgang van het contract naar een andere werkmaatschappij.

Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om het telefoonnummer alsnog over te dragen. Tijdens de mondelinge behandeling wijzigt eiser zijn eis zodat gedaagde moet zorgen voor de overdracht. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde via haar bestuurder voldoende zeggenschap heeft om dit te bewerkstelligen.

De vordering wordt toegewezen met een dwangsom van €1.000 per dag bij niet-naleving tot maximaal €25.000. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om binnen een week een verzoek aan KPN te doen om het telefoonnummer op naam van eiser te zetten onder verbeurte van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11580206 \ UV EXPL 25-60 MS/1270
Vonnis in kort geding van 20 maart 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.M.N.C. Schellekens,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door [gemachtigde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de aanvullende producties van [eiser] ;
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de eiswijziging tijdens de mondelinge behandeling, die de kantonrechter heeft toegestaan.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiser] heeft op 30 juli 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten met [gedaagde] en [bedrijf 1] B.V. (hierna [bedrijf 1] ). Op grond van deze vaststellingsovereenkomst zou [eiser] aan [gedaagde] en [bedrijf 1] in vier termijnen een geldlening terugbetalen. Daarbij is ook afgesproken dat [gedaagde] en [bedrijf 1] tegen betaling van € 1.000,00 een telefoonnummer aan [eiser] zouden overdragen. [eiser] heeft alle bedragen betaald, maar het telefoonnummer is nog niet aan hem overgedragen. [bedrijf 1] is inmiddels failliet verklaard. [eiser] vordert in deze procedure [gedaagde] op straffe van een dwangsom te veroordelen het telefoonnummer alsnog over te dragen. Deze vordering wordt, zoals hieronder onder 3.5 en 4.1 omschreven, toegewezen.

3.De beoordeling

3.1.
[eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, omdat hij het telefoonnummer nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering.
3.2.
[gedaagde] erkent dat zij op grond van de vaststellingsovereenkomst verplicht is het telefoonnummer aan [eiser] over te dragen, maar dat dit nog niet is gebeurd. De heer [gemachtigde] (hierna: [gemachtigde] ), bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde] , heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat het contract van KPN op naam van [bedrijf 1] stond en na het faillissement op [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ), een andere werkmaatschappij, is overgegaan. [gemachtigde] heeft verklaard dat hij via zijn vennootschap [bedrijf 3] B.V. voor 50% aandeelhouder is van [bedrijf 2] .
3.3.
Dit betekent dat [gemachtigde] voor de helft zeggenschap heeft over [bedrijf 2] . Het is daarom voldoende aannemelijk dat [gedaagde] door middel van haar bestuurder [gemachtigde] ervoor kan zorgen dat [bedrijf 2] het telefoonnummer aan [eiser] overdraagt.
3.4.
[eiser] heeft zijn eis tijdens de mondelinge behandeling in die zin gewijzigd, dat hij nu vordert dat [gedaagde] het ertoe moet leiden dat het telefoonnummer aan hem wordt overgedragen.
3.5.
Omdat aannemelijk is dat [gedaagde] bij het overdragen van het telefoonnummer afhankelijk is de medewerking van KPN, zal de vordering als volgt worden toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld om binnen één week na het wijzen van dit vonnis een verzoek aan KPN te (laten) doen om het telefoonnummer op naam van [eiser] te zetten en een afschrift van dit verzoek aan [eiser] te sturen. [gedaagde] verbeurt voor elke dag dat zij na betekening van dit vonnis niet aan deze veroordeling voldoet een dwangsom van € 1.000,00 per dag tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt.
3.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.187,04
3.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen één week na het wijzen van dit vonnis een verzoek aan KPN te (laten) doen om het telefoonnummer op naam van [eiser] te zetten en een afschrift van dit verzoek aan [eiser] te sturen, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor elke dag dat zij na betekening van dit vonnis niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.187,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.