Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn aanvraag van 6 september 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 26 oktober 2022. Het beroep is gegrond verklaard omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen, waarbij een bijzondere termijn van twaalf weken na het verweerschrift geldt voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging, gevolgd door een termijn van twee weken voor het nemen van het besluit na ontvangst van een zienswijze. De uiterste datum voor de vooraankondiging is vastgesteld op 11 maart 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van de termijnen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€453,50) en het betaalde griffierecht (€51). De rechtbank wijst erop dat zij niet bevoegd is verweerder te verplichten het dossier te verstrekken omdat dit een feitelijke handeling betreft.