Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Het bezwaarschrift werd ontvangen op 22 november 2023 en verweerder stelde het besluit niet binnen de wettelijke termijn vast.
De rechtbank constateert dat verweerder in gebreke is gesteld op 4 oktober 2024 en dat het beroep tijdig is ingediend op 20 januari 2025. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen binnen een nieuwe termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift.
Daarnaast bepaalt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok en griffier M.A.W.M. Engels op 3 maart 2025 te Utrecht. Partijen zijn niet gehoord omdat zij geen gebruik maakten van hun recht op een zitting.