Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de Dienst Toeslagen over een aanvullende werkelijke schadevergoeding. Omdat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist, heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Daarbij wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd om verdere vertraging te voorkomen.
De rechtbank baseert zich op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor soortgelijke zaken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
De uitspraak benadrukt dat de dwangsom een prikkel is om tijdig te beslissen en geen compensatie voor het wachten. De rechtbank sluit af met een verwijzing naar de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.