Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen een beslissing van de Dienst Toeslagen inzake aanvullende werkelijke schadevergoeding. Het bezwaar was ingediend op 6 juni 2023, maar verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn besloten. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Daarbij wordt een dwangsom opgelegd van € 50,- per dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Dit is bedoeld als prikkel om verdere vertraging te voorkomen, niet als compensatie voor het wachten.
Daarnaast moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 51,- vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De rechtbank volgt in haar termijnstelling het beleid en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die nadere beslistermijnen heeft vastgesteld voor soortgelijke zaken.
De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok en griffier M.A.W.M. Engels op 3 maart 2025 in Utrecht. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht om gehoord te worden. De uitspraak bevat tevens een verwijzing naar het beroepsrecht bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.