Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 1 november 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 29 mei 2024 reeds geoordeeld dat verweerder binnen een bepaalde termijn moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen en verklaart het beroep daarom gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen, een termijn die aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €50 per dag op voor elke dag overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres van €453,50 en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €51.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier E.J.H.C. Hui op 6 februari 2025. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling.