Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar van 17 januari 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had in een eerdere uitspraak van 30 januari 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank draagt verweerder op om binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen, aangezien de wettelijke beslistermijn in dit bijzondere geval te kort is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag op voor elke dag dat verweerder de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53,-).