Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 18 december 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 25 juni 2024 reeds vastgesteld dat verweerder niet tijdig had beslist en een termijn gesteld om alsnog een besluit te nemen.
Ondanks deze termijn heeft verweerder nog geen besluit genomen. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor het overschrijden van deze termijn.
Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,- wordt aan haar vergoed. De rechtbank benadrukt dat zij verweerder niet kan verplichten tot uitbetaling van de dwangsom; dit moet eiseres via de civiele rechter afdwingen.