Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 23 maart 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had in een eerdere uitspraak van 25 juni 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep daarom gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Deze termijn is gebaseerd op eerdere rechtspraak waarin een realistische termijn is vastgesteld gezien de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50 per dag op voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. Partijen hebben afgezien van een zitting, waarna het onderzoek is gesloten.