Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag van 10 augustus 2023 voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 26 november 2024. Het beroep is op 3 februari 2025 ingediend, na het verstrijken van de wettelijke termijn.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift een besluit moet nemen, waarbij ten minste zes weken na verzending van deze uitspraak moeten zijn verstreken. Omdat de aanvraag om aanvullende compensatie niet onder de vooraankondigingsplicht valt, is geen extra termijn nodig voor een vooraankondiging. Bij overschrijding van de termijn wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000.
Verweerder heeft reeds een dwangsom van €1.442 toegekend. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €453,50 en het betaalde griffierecht van €53. De uitspraak is gedaan door rechter S.T. Könning op 26 maart 2025 en is openbaar.