Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 11 december 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder stelde dat de ingebrekestelling niet was ontvangen, maar de rechtbank stelde vast dat deze op 23 augustus 2024 was ontvangen, waardoor het beroep ontvankelijk is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen, waarbij een termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift als realistisch wordt beschouwd. Dit betekent dat uiterlijk 1 juli 2025 een besluit moet worden genomen.
Daarnaast stelde de rechtbank een dwangsom vast van € 50,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Omdat reeds 42 dagen verstreken zijn, werd de dwangsom vastgesteld op € 1.442,-. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
De rechtbank benadrukte dat zij geen bevoegdheid heeft om verweerder te verplichten het dossier te verstrekken, aangezien dit een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Awb.